Al meer dan 45 jaar experts in diergezondheid
Wetenschappelijk onderbouwde producten
Persoonlijk advies op maat
3 min leestijd

Hoge calciumwaarden zeggen niet alles: waarom fosforbeperking geen goede strategie is.

In de voorbije tien jaar is er intensief onderzoek gedaan en gediscussieerd over het belang van een goed transitiemanagement bij melkkoeien om hypocalciëmie te verminderen. Een deel van dat onderzoek bevestigde wat we al wisten, andere studies verdiepten onze kennis, en weer andere brachten nieuwe strategieën in beeld. Samen hebben deze onderzoeken een aantal belangrijke inzichten opgeleverd.

14-04-26, laatste update 14-04-2026

In de voorbije tien jaar is er intensief onderzoek gedaan en gediscussieerd over het belang van een goed transitiemanagement bij melkkoeien om hypocalciëmie te verminderen. Een deel van dat onderzoek bevestigde wat we al wisten, andere studies verdiepten onze kennis, en weer andere brachten nieuwe strategieën in beeld. Samen hebben deze onderzoeken een aantal belangrijke inzichten opgeleverd.

  • Hypocalciëmie – zowel de klinische vorm (kalfziekte) als de subklinische vormen van de aandoening – heeft negatieve gevolgen voor de koe, zoals een grotere incidentie van andere gezondheidsgerelateerde aandoeningen, extra behandelingskosten, lagere vruchtbaarheid, een aanzienlijke vermindering van de melkproductie en, voor de melkveehouder, minder winst per koe.
  • Het tijdsverloop van het herstel naar een normale serumcalciumstatus na het kalven is belangrijker dan een evaluatie op één enkel tijdstip.
  • Er is geen strategie die leidt tot nul gevallen van hypocalciëmie, maar sommige voerstrategieën leveren een beter rendement op dan andere.
  • Het voeren van een acidogeen dieet (ook bekend als een negatief DCAD-dieet) helpt het calciummetabolisme (via PTH en vitamine D) vóór het kalven te optimaliseren, wat kan helpen de incidentie van hypocalciëmie te verminderen, wat resulteert in de beste resultaten voor de koe en de melkveehouder.

Een beproefde aanpak

Hoewel er nog steeds uiteenlopende meningen bestaan over hoe een verzurend rantsoen het best kan worden samengesteld (DCAD-niveau; gehalte aan calcium en fosfor in het voer), is één ding zeker: het voeren van een verzurend rantsoen is veruit de meest wetenschappelijk bewezen strategie om de calciumstatus van koeien na het kalven te helpen verbeteren en de strategie die tegenwoordig het meest wordt toegepast op melkveebedrijven, en dat is niet voor niets.

Het voeren van een verzurend rantsoen aan melkkoeien in de periode vóór het kalven heeft een duidelijk positief effect op het calciummetabolisme. Het stimuleert zowel de opname van calcium in de darm als het vrijkomen van calcium uit de botten, waardoor er meer “beschikbaar” calcium ontstaat voor de koe. Met andere woorden: het ondersteunt de natuurlijke regulatiemechanismen van de koe om een normale calciumconcentratie in het bloed te behouden.Onderzoek heeft aangetoond dat het voeren van een verzurend rantsoen aan melkkoeien vóór het kalven kan leiden tot:

  • Een lagere incidentie van hypocalciëmie.1
  • Geen effect, of een lichte afname, van de drogestofopname vóór het kalven, afhankelijk van de anionbron en het gehalte.1,2
  • Verbeterde drogestofopname na het kalven, waardoor de koe kan voldoen aan de verhoogde nutriëntenbehoeften voor de melksynthese.1,2
  • Verbeterde vruchtbaarheid .3
  • Verhoogde melkproductie, waardoor de koe efficiënter wordt en het rendement stijgt.1

Een nadere blik op een nieuwe strategie

Een nieuwe strategie hanteert een andere aanpak door gebruik te maken van fosforregulatie, in plaats van calciumregulatie, om de calciumconcentraties in het bloed te verhogen. Deze strategie is gebaseerd op het voeren van een fosforarm dieet, hetzij door minder fosfor te voeren dan de voedingsbehoefte, hetzij door toevoeging van een fosforbindend middel, om resorptie van fosfor uit het bot te induceren. Aangezien fosfor en calcium aan elkaar gebonden zijn om de matrix van botweefsel te vormen, komen bij de afbraak van botweefsel beide mineralen vrij in de bloedsomloop.

Hoewel deze strategie de calciumvoorziening op korte termijn kan ondersteunen en kan helpen de calciumconcentraties in het bloed rond het kalven hoog te houden, blijkt bij nader inzien waarom dit niet de beste aanpak is voor het beheer van de calciumstatus bij koeien rond de afkalving.

Zoals vermeld, verhoogt het voeren van een fosforarm dieet de calciumconcentraties in het bloed via een secundair mechanisme. Studies hebben aangetoond dat deze strategie resulteert in lagere dan normale fosforconcentraties in het bloed (0,95 mmol/L) en speeksel (5,53 mmol/L).4 Zodra de snel beschikbare voorraad fosfor uit bloed en speeksel is uitgeput, moet de koe fosfor uit het bot mobiliseren. Dit gebeurt om het ernstige fosfortekort te compenseren, de fosforconcentraties in bloed en speeksel te herstellen en om te voldoen aan de hoge fosforbehoefte voor de melkproductie.

Onderzoek heeft aangetoond dat het voeren van een fosforarm prepartumdieet kan leiden tot:

  • Verhoogde calciumconcentraties in het bloed, in vergelijking met koeien die geen prepartumprogramma ter preventie van hypocalciëmie krijgen.4,5
  • Aanzienlijke dalingen in de prepartum drogestofopname,4 waarbij de afname in opname duidelijker wordt naarmate de koe de afkalving nadert (16 tot 20% afname in de laatste week voor de afkalving).6
  • Een aanzienlijke afname van de herkauwactiviteit vóór het kalven, meer dan 40 minuten per dag minder dan bij koeien die een niet-verzurend en verzurend prepartumdieet krijgen.7
  • Geen effect (geen voordeel) op de melkproductie.5,6,7

Naarmate de druk om melk goedkoper te produceren toeneemt en er steeds hogere eisen worden gesteld aan de economische prestaties van melkveebedrijven, wordt het steeds belangrijker om beproefde technologieën te gebruiken die een duidelijk rendement op de investering opleveren. Buiten de melkproductie zelf wordt geen enkele andere gezondheids- of prestatie-indicator van de koe — die beïnvloed wordt door de opname van voedingsstoffen via het rantsoen — zo nauwkeurig gemeten en opgevolgd als hypocalciëmie, zowel klinisch als subklinisch. 

Zoals bij elke beslissing moeten verschillende factoren worden afgewogen. Maar wanneer er strategieën beschikbaar zijn die zowel wetenschappelijk onderbouwd als in de praktijk getest zijn en aantoonbaar rendement opleveren, wordt de keuze eenvoudig: kies voor de strategie die het meest oplevert.

NL

Referenties:

1 Leno et al., 2017. J Dairy Sci. 100:4604.
2 Glosson et al., 2020. J Dairy Sci. 103:7039.
3 Ryan et al., 2020. Theriogenology. 142:338.
4 Frizzarini et al., 2024. J Dairy Sci. 107:5204.
5 Kerwin et al., 2019. J Dairy Sci. 102:5191.
6 Thilsing-Hansen et al., 2002. J Dairy Sci. 85:1855.
7 Frizzarini et al., 2024. J Dairy Sci. 107:5222.

AN063124GLB ©2024 Phibro Animal Health Corporation. Phibro, Phibro logo design and Healthy Animals. Healthy Food. Healthy World. zijn handelsmerken die eigendom zijn van of in licentie zijn gegeven aan Phibro Animal Health Corporation of haar gelieerde ondernemingen.

Dr. Ken Zanzalari
Dr. Ken Zanzalari
Dr. Ken Zanzalari is productdirecteur bij Phibro Animal Health. Hij heeft meer dan 30 jaar ervaring in de diervoederindustrie en heeft verschillende functies en verantwoordelijkheden bekleed, waaronder productontwikkeling en -formulering, begeleiding van verkoopmedewerkers, training en technische ondersteuning in het veld, coördinator van zuivelonderzoek en directe accountverantwoordelijkheden voor dealers en melkveehouders. Daarnaast behaalde Dr. Zanzalari een Bachelor of Science in melkveehouderij aan het Delaware Valley College en een Master of Science en Ph.D. in dierwetenschappen aan de Universiteit van Tennessee, Knoxville. Hij is tevens een door de American Registry of Professional Animal Scientists (ARPAS) gecertificeerd voedingsdeskundige.

Wellicht ook interessant