Op het melkveebedrijf van Mersbergen – van ‘t Hoff in het Brabantse Babyloniënbroek is de laatste jaren veel veranderd. Met een sterke focus op efficiëntie en diergezondheid zetten de melkveehouders Mandy van Mersbergen en Jamie van ‘t Hoff belangrijke stappen om hun bedrijf toekomstbestendig te maken. Een opvallende verandering was de recentelijke introductie van het anionisch mineralensupplement AniStart tijdens de droogstandperiode van hun koeien. Sindsdien is het aantal gevallen van melkziekte op het bedrijf aanzienlijk verminderd.
Tekst en beeld: Annabel Klein Woolthuis
Jamie van ‘t Hoff en zijn partner Mandy van Mersbergen werken al vier jaar fulltime op de boerderij. Sindsdien werken zij hard aan een hogere melkproductie zonder in te willen leveren op diergezondheid. van ’t Hoff legt uit: “Melkziekte en subklinische melkziekte hebben door de jaren heen altijd voor uitdagingen gezorgd op dit bedrijf. Ook dit voorjaar kregen we opnieuw te maken met veertien zieke koeien door melkziekte. Toen zei ik: dit moet anders.” Zodoende besloot van ‘t Hoff om contact op te nemen met Arnout Dekker. Dekker is een dierenarts die werkt voor het Amerikaanse bedrijf Phibro, een bedrijf gespecialiseerd in diergezondheid en -voeding.
De intrede van een frisse blik
Met een achtergrond als vertegenwoordiger bij Heemskerk en een sterke passie voor de melkveesector, besloot van ‘t Hoff om voor een toekomst als melkveehouder te kiezen. “Toen ik op het melkveebedrijf van mijn schoonouders begon, liepen we tegen enkele obstakels aan. Dankzij onze frisse blik konden mijn vriendin en ik opnieuw beginnen.” Van Mersbergen – van ‘t Hoff is inmiddels ontwikkeld tot een modern melkveebedrijf met tweehonderd melkkoeien en tachtig stuks jongvee.
In slechts vier jaar tijd is de melkproductie per koe op het bedrijf gestegen van 9.700 naar 12.800 liter. Daarbij komen er dit jaar in theorie zeven honderdduizend-liter-koeien bij. Een grote prestatie, wetende dat in al die jaren slechts tien koeien hen voor gingen op het bedrijf. Bovendien is ook de gemiddelde afvoerleeftijd met een jaar toegenomen. En dat gebeurt allemaal niet zomaar.
Van Mersbergen – van ‘t Hoff hanteert een ‘high input – high output’ aanpak, waarbij veel wordt geïnvesteerd in zowel voer als technologie. “We kunnen de koe genetisch wel op een Ferrari laten lijken, maar als we haar voeren als een Fiat Panda, dan staat dat haaks op onze manier van ondernemen. Een Ferrari moet als een Ferrari gevoerd worden,” vergelijkt van ‘t Hoff. Hij rekent continu aan rantsoenen en technologische aanpassingen om ervoor te zorgen dat zijn koeien voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen en optimaal presteren. Het streven? Een gemiddelde van veertig liter melk per koe per dag, met een hoog vet- en eiwitgehalte.
Succesvolle resultaten komen voort uit goed management. Dit maakt het mogelijk om strategisch te investeren in technologie en innovatie voor verdere groei en toekomstbestendigheid. De melkveehouder vertelt: “Door onze financiële motor te laten draaien, hopen we het bedrijf stapsgewijs te verbeteren. We willen bijvoorbeeld de oude koeienstal renoveren om ons jongvee en droogstaande koeien daar te huisvesten. Dankzij de goede resultaten konden we enkele jaren geleden al investeren in ventilatoren, mestrobots, een zelfrijdende voermengwagen en een voeraanschuifrobot. Bovendien plaatsten we recentelijk een vierde melkrobot in de stal. Hiermee is rust gecreëerd. Er is voldoende tijd om alle koeien te beweiden en verse koeien kunnen sindsdien vaker gemolken worden.” De impact van deze investeringen is duidelijk zichtbaar. “Als onze voeraanschuifrobot bijvoorbeeld niet werkt, scheelt dat ons anderhalve liter melk per koe. De robot duwt het voer iedere twee uur aan. Dit brengt rust aan het voerhek omdat nu ook de koeien met een lagere rangorde de kans krijgen om goed te eten,” licht van ’t Hoff toe.
Melkziekte drukte generaties lang de prestaties op het bedrijf. van ’t Hoff keerde het tij. Hij vond de motivatie om op zoek te gaan naar hulp en investeerde in een nieuw rantsoen.
De zoektocht naar een oplossing tegen melkziekte betekende voor van ’t Hoff veel rantsoenen uittesten en doorrekenen. Veel rantsoenen hadden, ondanks alle theoretisch gunstige berekeningen, toch hun praktische beperkingen. De ene zorgde voor te vette koeien, de ander bevatte anionische zouten die de koeien niet lustten, of de voeropname viel tegen,” zegt van ’t Hoff. Phibro, daarentegen, berekende een rantsoen dat direct aansloeg. Het rantsoen zorgde niet voor vervetting, leidde tot een hoge drogestofopname, en een pH-waarde in de urine die terugzakt tussen de 6 en 5,5.
van ’t Hoff stelt als doel om een hoogwaardig en smakelijk rantsoen aan te bieden, waardoor de koeien van ‘beschuit’ naar ‘gebak’ overstappen. “Tijdens de droogstand is het rantsoen relatief schraal. Pas nadat een koe gekalfd heeft, kan zij direct genieten van het melkkoeienrantsoen. Deze bestaat uit gras, mais, bierborstel, perspulp, soja en gerst. Hierdoor krijg zij een aanzienlijke hoeveelheid energie binnen, wat essentieel is voor soepel opstarten.” Door te zorgen voor een hoge voeropname tijdens de droogstand en direct na afkalven, wordt een gezonde melkproductie bevorderd en het risico op complicaties, zoals baarmoederontsteking, geminimaliseerd.
Dit melkveebedrijf hanteert een ‘high input – high output’ aanpak, waarbij veel wordt geïnvesteerd in zowel voer als technologie.
AniStart als de oplossing
Phibro adviseerde om AniStart toe te voegen aan het droogstandsrantsoen en biedt richtlijnen voor een optimaal dieet in deze periode. AniStart wordt gegeven tijdens de droogstandsperiode van zes tot acht weken, met de focus op de laatste drie weken. “De eerste weken zijn bij ons vooral arbeidstechnisch praktischer,” legt van ’t Hoff uit.
AniStart is een product dat bestaat uit 2 anionische zouten verstopt in een vetmatrix. Hierdoor is het product smakelijk in het rantsoen en stabiel. Bij van Mersbergen – van ‘t Hoff wordt het product in de voermengwagen toegevoegd. “Binnen een week zagen we de effecten van het nieuwe rantsoen met AniStart. Het is een groot voordeel dat het product smakelijk is. In het verleden hebben we andere anionische zouten geprobeerd, maar die lustten de koeien niet. Dan zochten we creatieve oplossingen, zoals het toevoegen van siroop om de zouten lekkerder te maken. Dat is nu gelukkig niet meer nodig”, vertelt van ’t Hoff.
De implementatie van AniStart heeft veel impact gehad op de gezondheid en vruchtbaarheid van de koeien. “Het grote verschil voor mij was dat de koeien geen koude oren meer hadden na het afkalven en dat de nageboorte zonder complicaties werd afgegeven.” Door een verhoogde voeropname en het gebruik van AniStart ervaart het bedrijf tevens minder transitieproblemen en lijken koeien makkelijker drachtig te worden. “We hebben geen ketose, en de nageboortes gaan er goed af. Opvallend vind ik ook dat tachtig procent van de koeien vóór de veertig lactatiedagen weer tochtig is geweest, terwijl dit eerder wel honderd dagen kon duren,” vertelt van ’t Hoff.
Om de effectiviteit van AniStart te waarborgen, houdt van ’t Hoff de urine-pH van droogstaande koeien nauwlettend in de gaten. “Ik heb altijd een pH-strip van Phibro bij me om de pH te meten. Dit moet idealiter structureel gebeuren om een goed beeld te krijgen van de situatie,” zegt van ‘t Hoff. “Drie weken voor het afkalven beginnen we met het meten van de pH in de urine, waarbij we ons richten op een waarde van 5,5. Als de waarden niet naar wens zijn, passen we de dosering van AniStart aan.”