Expert in dierengezondheid sinds 1917
Wetenschappelijk onderbouwde producten
Persoonlijk advies op maat
3 min leestijd

Ketose: beter voorkomen dan genezen

Het produceren van melk vraagt heel wat van koeien. Koeien spreken hiervoor verschillende bronnen aan, waarbij het gros van de benodigde energie wordt opgenomen uit het voer, maar deels ook uit lichaamsreserves. Echter, wanneer de melkproductie snel stijgt tijdens de eerste weken in lactatie, komt het vaak voor dat de koe niet voldoende energie uit voeding kan halen om de energiebehoefte van de pieklactatie te compenseren. Hierdoor komt ze in een negatieve energiebalans, wat haar vatbaar kan maken voor gezondheidsproblemen. Dit in combinatie met andere stressfactoren, kan de problemen exponentieel doen toenemen.

13-04-21, laatste update 13-04-2021

 

Wat is ketose?

Een negatieve energiebalans zal leiden tot de mobilisatie van vrije vetzuren en glycerol uit de lichaamsreserves van de koe. Deze worden omgezet, tot acetyl-coA. In normale situaties zal de lever acetyl-coa kunnen verwerken. Wanneer er een dusdanig energietekort is, waarbij een overmaat aan acetyl-coa wordt geproduceerd, zal de lever dit niet allemaal kunnen verwerken en wordt het omgezet in ketonen, ook ketose of slepende melkziekte genoemd. 

 

Risicofactoren van ketose

Onvoldoende aanmaak van propionzuur (de belangrijkste voorloper van glucose bij herkauwers) zal leiden tot hypoglycemie en zo de situatie verergeren. Dit kan veroorzaakt worden door te weinig voer te verstrekken of door een verminderde voeropname. Dit kan komen door een verminderde eetlust of een gebrek aan voerkwaliteit. Een verminderde voeropname rond afkalven is normaal, maar slechte voerkwaliteit, plotselinge rantsoenwijzigingen of een te hoog afkalfgewicht kan dit versterken. 

Overige veelvoorkomende risicofactoren zijn:

  • Winterse omstandigheden (wanneer de koe extra energie moet voorzien om zichzelf te verwarmen) 
  • Hittestress
  • Toenemende leeftijd
  • Melkziekte (leidt tot daling in voeropname)
  • Koeien die in voorgaande lactatie ook last hadden van ketose 
  • Koeien met een sterk verhoogde melkproductie in de vorige lactatie 

Ruwvoer met een hoog gehalte aan boterzuur vergroot ook het risico op ketose. Daarnaast maakt boterzuur het voer minder smakelijk, wat door de lagere voeropname opnieuw bijdraagt aan de negatieve energiebalans. 

Ketose kan ook voorkomen na aandoeningen die een lagere voeropname veroorzaken, zoals lebmaag verplaatsing, uierontsteking en baarmoederontsteking.

Andere aanleidingen kunnen leverbot zijn, maar ook een tekort aan kobalt, aangezien de pens voldoende kobalt nodig heeft om vitamine B12 aan te maken. Daarnaast is cobalt ook essentieel voor optimaal gebruik van propionzuur.

Phibro-Marie-Laure-with-cow-2-hero-desktop

Symptomen van ketose

Ketose uit zich op verschillende manieren. De meest voorkomende symptomen zijn: een lagere melkproductie, gewichtsverlies, afgenomen eetlust, doffe vacht, acetongeur in melk/adem en koorts. Sommige koeien ontwikkelen zelfs zenuwsymptomen, zoals overdreven speekselen, likken of agressie. 

Koeien die lijden aan subklinische ketose (hoge ketonen concetraties in het bloed zonder klinische symptomen) lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van klinische ketose, zijn vatbaarder voor lebmaagverplaatsing en behalen mindere vruchtbaarheidsresultaten. Daarnaast bestaat de kans op een lage melkproductie. Ketonen kunnen worden teruggevonden in melk of bloed. 

 

Behandeling

Bij het behandelen van ketose is het van belang om de glucosereserves aan te vullen. Een snel beschikbare glucose toediening is nodig, gevolgd door ondersteuning op lange termijn. Lang werkende corticosteroïden hebben ook positieve gevolgen. Ze helpen bij de afbraak van spiereiwit om zo de productie van glucose te verhogen. 

 

Preventie

Hoofdzaak bij ketose preventie, is het correct monitoren van BSC (Body Condition Score): koeien mogen niet te vet zijn bij afkalven, aangezien dit tot een daling in voeropname leidt. Op een schaal van 1 tot 5, is een BCS tussen 2,75 en 3 ideaal, waarbij alles boven de 3 als een risicogroep wordt beschouwd. Daarom is het noodzakelijk om de lichaamsconditie goed op te volgen gedurende de hele droogstand. 

Het droogstandsprotocol moet er ook op gericht zijn om het natuurlijk gedrag tegen te gaan waarbij de koeien minder gaan eten in de laatste weken van de dracht. Een structuurrijk rantsoen met een hoog aandeel ruwvoer kan de daling in voeropname (deels) voorkomen en tegelijk een goede penswerking stimuleren. Uiteraard is het des te belangrijker om ook in de droogstand regelmatig het rantsoen te onderzoeken om te weten wat de koeien echt eten. 

Het globale doel van een optimale droogstand is om de koe een probleemloze overgang te geven van de dracht naar het begin van de lactatie, aan de hand van een smakelijk, structuurrijk rantsoen gecombineerd met een ideaal koecomfort. Plotselinge wijzigingen moeten ten alle tijde voorkomen worden, zowel in het rantsoen als in de huisvesting. Ook rantsoenen met een hoog boterzuur gehalte begin lactatie moeten worden vermeden.

Het is aan te raden om met zekere regelmaat bloed- of melkmonsters te nemen. Dit om een beeld te krijgen van de metabole status van de droge en opstartende groep. Zo kunnen aandoeningen in hun beginfase opgespoord worden en opgelost worden met de juiste vroegtijdige behandelingen. 

Om de pens de kans te geven om zich alvast aan krachtvoer aan te passen, kan in de close up periode al krachtvoer verstrekt worden. Andere producten eind droogstand en begin lactatie zoals niacine, calcium propionaat, natrium propionaat, propyleen glycol en pensbestendig choline kunnen helpen ketose te voorkomen.

Daarnaast komt het soms voor dat bepaalde zeer hoogproductieve koeien jaarlijks vatbaar zijn voor ketose. Hier kan een preventief drench protocol onmiddellijk na afkalven een oplossing zijn. Ook genetica speelt een rol in dit verhaal: de erfelijkheid van ketose is redelijk hoog. 

 

Find out more

Meer weten over het voorkomen van ketose op jouw bedrijf, ga dan naar https://europe.pahc.com/nl/aandoeningen/slepende-melkziekte 

Meer weten over hoe Animate en OmniGen kunnen bijdragen tot de gezondheid en prestaties van je verse koeien, vraag dan een gratis transitie scan aan. We bespreken graag het volgende:

  • Analyse huidige situatie: bepalen huidige situatie en ruimte voor verbetering vastlegen.  
  • Opstellen kalfziekte protocol: bespreken hoe een correct uitgerekend laag KAB rantsoen uw bedrijf vooruit kan helpen. 
  • Evaluatie: samen bespreken we de resultaten en voorzien we aanvullend advies waar nodig. 

 

Referencies

Farm Health Online. 2004. Ketosis. [ONLINE] Beschikbaar bij: https://www.farmhealthonline.com/disease-management/cattle-diseases/ketosis/. [Geraadpleegd op 1 Juni 2020].

MSD Manual Veterinary Manual. 2014. Overview of Ketosis in Cattle. [ONLINE] Beschikbaar bij: https://www.msdvetmanual.com/metabolic-disorders/ketosis-in-cattle/overview-of-ketosis-in-cattle. [Geraadpleegd op 1 Juni 2020].

NADIS. 2002. Acetonemia. [ONLINE] Beschikbaar bij: https://www.nadis.org.uk/disease-a-z/cattle/acetonaemia/. [Geraadpleegd op 1 Juni 2020].

Navaratnam Partheeban
Navaratnam Partheeban
Als rundvee dierenarts is Theeb erg gepassioneerd door gezondheid en welzijn van melkvee, waardoor hij steeds op zoek is naar kansen om de productiviteit op zijn bedrijven te verbeteren. Hij hecht veel belang aan persoonlijk contact met melkveehouders en andere sectorgenoten om zo samen te werken aan praktijkgerichte oplossingen binnen de veehouderij.

Wellicht ook interessant