Toen we tijdens ons laatste bezoek aan Mecklenburg-Vorpommern (Duitsland) bij het melkveebedrijf „Below Farm“ aankwamen, viel ons meteen één ding op: de ziekestal was bijna leeg. Dat is een beeld dat je op veel boerderijen zelden ziet – en dat illustreert de transformatie die het bedrijf, gerund door Martin en Johanna Franssen, sinds 2021 heeft doorgemaakt. Martin Franssen is een ervaren bedrijfsleider; hij was voorheen directeur van dit melkveebedrijf en heeft in de loop der jaren een scherp gevoel ontwikkeld voor efficiënt veestapelbeheer. Op Below Farm zijn Martin en Johanna nu verantwoordelijk voor iets meer dan 1.000 melkkoeien en ongeveer 1.000 hectare akker- en voederland, nauw verbonden met de landelijke regio waarin het bedrijf diep geworteld is.
In 2023 bedroeg het gemiddelde drachtpercentage 20 %, terwijl de melkopbrengst stagneerde op ongeveer 34 kg per koe per dag. Hoewel deze cijfers solide leken, weerspiegelden ze niet het potentieel van de veestapel – en zeker niet de ambities van de bedrijfsleiders. De zomermaanden leidden tot schommelingen in de prestaties, en de algehele gezondheid van de veestapel liet ruimte voor verbetering. Tegelijkertijd was het doel om het aantal onvoorziene afvoeren te verminderen en de werkprocessen te stabiliseren.

“Koeien die OmniGen krijgen, benaderen hun genetisch potentieel beter en vertonen meer consistentie in productie en gezondheid.”
Deze visie op consistentie, gezondheid en prestaties diende zowel als uitgangspunt als als uiteindelijk doel.
De focus lag op verschillende belangrijke gebieden:
Deze doelen maakten het duidelijk: er was een geïntegreerde aanpak nodig die voeding, management, stalroutines en diergezondheid omvatte.
In 2023 introduceerde dr. Arnout Dekker (Phibro) het OmniGen AF-systeem op het bedrijf. Martin en Johanna Franssen besloten al snel een gestructureerde proef te starten. In juli 2023 begon het veebestand met het gebruik van OmniGen AF. Daarnaast werden ook aanvullende maatregelen doorgevoerd:
Deze veranderingen betekenden geen radicale breuk met het verleden, maar eerder een voorzichtige en toch doelgerichte verfijning van bestaande structuren.
Tegen 2025 hadden de inspanningen zich ruimschoots terugbetaald. Below Farm boekte indrukwekkende vooruitgang:
Een ander, vaak onderschat effect was de verbetering van de werkomgeving: minder zieke dieren, stabielere prestaties en duidelijk gestructureerde werkprocessen leidden tot een merkbare vermindering van de werkdruk voor het team. Het dagelijkse werk verliep rustiger – en efficiënter.
Met OmniGen AF als onderdeel van de veiligheids- en stabiliteitsstrategie behaalde Below Farm tijdens de zomermaanden een hoge en consistente melkopbrengst van 38–40 kg melk.
Het verhaal van Below Farm laat op indrukwekkende wijze zien dat vooruitgang niet altijd in grote sprongen plaatsvindt, maar juist door gestage, strategisch doordachte stappen. De combinatie van een consistente voerstrategie, gerichte aanpassingen in het management, geoptimaliseerde melkroutines en het gebruik van OmniGen AF heeft ervoor gezorgd dat de veestapel haar genetisch potentieel beter kan benutten, en het bedrijf bevindt zich nu in een aanzienlijk stabielere positie dan enkele jaren geleden.
Het belangrijkste bewijs is echter wat je in de stallen ziet: een bijna lege ziektebox en een goed presterende, gezonde veestapel spreken voor zich – en voor de moed om nieuwe wegen in te slaan.